Schil de stoofpeertjes verticaal, zodat de steeltjes in tact blijven.
Breng de Glühwein in een grote pan aan de kook.
Schil ondertussen de sinaasappel met een dunschiller en bewaar de schillen.
Voeg het kaneelstokje en laurierblaadje toe aan de Glühwein en laat kort meekoken.
Voeg daarna een snufje kruidnagel, 5 sinaasappelschillen en de bruine basterdsuiker toe.
Laat het geheel goed doorkoken, totdat de alcoholgeur verdwenen is.
Plaats de geschilde peertjes rechtop in de pan, zodat ze volledig ondergedompeld zijn in de Glühwein.
Laat de stoofpeertjes ca. 1 tot 1,5 uur op laag vuur koken, totdat ze gaar en zacht zijn. Let op: de duur kan variëren, afhankelijk van de grootte en rijpheid van de peertjes.
Controleer regelmatig de gaarheid van de peertjes door er met een vork in te prikken. Ze moeten zacht zijn, maar nog wel stevig genoeg om hun vorm te behouden.